Waarom mag ik niet bang zijn?

 

Steeds vaker zie ik mensen op social media zeggen, nee bijna schreeuwen, dat ‘wij’ ons niet druk maken om wat er in Syrië en Turkije gebeurt, maar dat ‘wij’ ons wel druk maken om Parijs en Brussel. Immers: ‘wij’ zijn allemaal Charlie, ‘wij’ zijn allemaal Parijs en ‘wij’ zijn allemaal België. Maar wie is ‘wij’? En waarom zou ík ook ‘wij’ zijn?

De échte Hollander?!

Bron: Flickr - Tim Brockley
Bron: Flickr – Tim Brockley

Wie zegt dat ik mij niet druk maak om de Turken? Wie zegt dat ik mij niet druk maak om de Syriërs? Of andere Midden-Oostenbewoners? Wie zegt dat al die andere aanslagen mij niet raken, dat ik daar niet van wakker van lig? Waarom word ík afgestempeld als iemand die bij ‘hen’ hoort, als iemand die blind is voor de ellende in de rest van de wereld? Waarom zouden in mijn ogen de aanslagen in Parijs en Brussel erger zijn dan die in Turkije, Syrië en elders in de wereld? Omdat dàt nou eenmaal ‘om de hoek’ is? Zijn ‘wij’ dan die mensen die ik zelf wel eens gekscherend ‘De oer-Hollandse kaaskop’ noem? De mensen met de blonde haren en de knalblauwe ogen? De ‘echte Hollander’? Wie is die échte Hollander dan?

Ik voel me zwaar beledigd wanneer ik dat soort opmerkingen lees, meer nog voel ik me gekwetst wanneer ik afgeschilderd wordt als iemand die in hokjes en kleuren denkt, iemand die iedereen als anders ziet. Wanneer ik in de ogen van een Turk, een Marokkaan, een Duitser, een Pool, een Afrikaan kijk, dan zie ik (wanneer ik niet bang ben) geen kleur, dan zie ik geen hokjes, dan zie ik een mens. En als ik dan al wat moet zien, dan zie ik een Nederlander, net als ik.

Doodgewone mensen

Ik woon in een multiculturele wijk en ik wil niet argwanend kijken naar alle mensen die geen blond haar en blauwe ogen hebben, hoewel ook zij extremistische moslims kunnen zijn, want je kunt aan de buitenkant immers niet zien welk geloof iemand wel of niet aanhangt. Wanneer ik over straat loop wil ik niet steeds denken aan die vreselijke mensen die anderen opblazen omwille hun geloof, maar dat is wel wat er in mijn hoofd gebeurt op het moment dat ik iemand zie lopen die een kleurtje heeft. De drie van Zaventem zagen er ook uit als doodgewone mannen die bij wijze van spreken vorige week nog hielpen om je oude oma veilig aan de andere kant van de straat te krijgen.

Het probleem is alleen dat ik me afvraag of dat ‘niet argwanend naar anderen willen kijken’ me ook in gevaar zou kunnen brengen, want stel dat ik op een gegeven moment op het punt sta het schoolgebouw van mijn kind in te lopen tegelijkertijd met een man die gekleurd is, een lange baard heeft en een dikke jas draagt en de rillingen lopen me ineens over de rug. Wat doe ik dan? Zeg ik dan tegen mezelf: ‘Stel je niet zo aan’, of neem ik die gevoelens serieus en vlucht ik weg van school? Voor hetzelfde geld is de man een zeer sympathieke man die bij zijn (klein)kind gaat kijken. Hoewel ik niet argwanend wil zijn bemerk ik toch dat ik alerter ben.

Afsluiten van nieuws

Als kind was ik al gevoelig voor slecht nieuws. In de jaren 80 waarin ik opgroeide en de jaren 90 waarin ik tiener was gebeurde er ook heel veel, alleen stond de pers toen nog niet met de neus vooraan en kreeg je ook geen directe updates op je smartphone. Ook was social media nog geen platform voor ellende. Zelfs nog niet toen ik als jonge twintiger merkte dat ik me steeds meer en meer druk maakte over de ellende in de wereld, Ik werd steeds banger voor diezelfde wereld en besloot mezelf voor langere tijd af te sluiten voor nieuws. Ik keek het niet op tv en las geen kranten. In deze tijden is dat onmogelijk. Laatst wilde ik iets opzoeken op een website, maar omdat Facebook nog voor stond zag ik – zonder dat ik het wilde – dat er opnieuw aanslagen waren gepleegd; dit keer in Brussel.

Boodschap

Kalashnikov - Flickr - Keary O.
Bron: Flickr – Keary O

De angst zit er goed in na alle aanslagen van de afgelopen maanden en ik ben niet alleen bang van de kogel van een Kalasjnikov en de gevolgen van een bomaanslag, maar ik ben ook (en misschien wel vooral) bang voor de toekomst van mijn kinderen. Welke boodschap geeft de IS hen mee? Hoe gaan zij tegen de wereld aankijken? Wat vertel ik hen wel of niet over wat er op dit moment in de wereld gebeurd? Hoe kan ik ze beschermen?

“Maar de angst mag en zal ons niet gaan regeren. Daarvoor is onze samenleving, is onze manier van leven, te sterk.” Dit zijn de letterlijke woorden die premier Rutte sprak op 22 maart naar aanleiding van de aanslagen in Brussel. Het zijn prachtige woorden, maar mijn hoofd wil er niet aan. Ik bén gewoon bang!

Toen laatst The Passion op tv was, heb ik vrijwel de hele uitzending met spanning in mijn lichaam gezeten, wat als er real-life op de Nationale televisie een aanslag te zien zou zijn? Hoe snel had ik mijn hand voor de ogen van mijn dochter kunnen slaan, hoe snel had ik zelf mijn ogen kunnen sluiten, snel waarschijnlijk, maar niet snel genoeg om dat beeld helemaal niet te zien, waardoor het voor eeuwig in onze geheugens gegrift zou staan. Dan rijst de grote vraag nogmaals: ‘Hoe kan ik mijn kinderen beschermen? Beschermen tegen deze beelden?’ Een nog grotere, overheersender vraag: ‘Hoe zou ik mijn kind(eren) kunnen beschermen als we ons middenin een terreurdaad zouden bevinden?’ Daar weet ik het antwoord dan wel op: niet! Misschien beangstigt me dat nog wel het meest: de wetenschap dat wanneer zoiets gebeurt je helemaal niets kunt doen. Helemaal niets! Het enige dat je kunt doen is het lot aanvaarden. En laat ik dat nou het moeilijkst vinden.

Dus ’men’ kan wel zeggen: ‘We gooien de vuist omhoog en wij zijn niet bang. Angst zal ons niet te pakken krijgen!’ Spreek voor jezelf zou ik dan willen zeggen en geef mij één heel goede reden waarom ik niet bang mag zijn.

Related posts

Leave a Comment