Boekrecensie: De Val – Matthias M.R. Declercq

De Val Boek omslag De Val
Matthias M.R. Declercq
Literaire non-fictie
Manteau
november 2016
hardcover
400

 

Vijf jongens, vijf aardige jongens. Min of meer bij toeval ontmoeten ze elkaar in de loop van een paar jaar, aan het begin van deze eeuw, omdat ze alle vijf één doel kennen: de koers. Ze ambiëren allemaal een carrière als profrenner. Op het jaagpad langs de Schelde, van Gent naar Oudenaarde, trainen ze samen. Iljo Keisse, Wouter Weylandt, Dimitri De Fauw, Bert De Backer en Kurt Hovelijnck. Ze zijn jong, viriel, populair, en schoppen het inderdaad tot profwielrenner. Their finest hour, als ze het eenmaal zijn. Maar het leven blijkt harder dan de droom. Wat hen samenbracht, de koers, rukt hen ook uit elkaar. Ongenadig en definitief.
Vijf jongens, vijf aardige jongens.

 

Let op: deze boekrecensie bevat spoilers!

Meteen, vanaf de eerste paar woorden, wordt je het verhaal ingezogen, ongeacht wat je verder nog aan het doen bent. Het ‘halve gesprek’ dat je aan het voeren was valt stil, de koffie wordt onder je lezende ogen koud en de hele wereld lijkt stil te vallen. Dit boek is met zoveel rauwe emotie geschreven dat ik regelmatig even moest slikken. Niet, zoals bij fictie vaak het geval is, ergens vanaf het midden in het boek. Nee, vanaf de allereerste pagina.

Het boek begint op een koele voorjaarsochtend, midden jaren negentig, de exacte woorden van de auteur, en hij richt zijn beeld op Kurt Hovelijnck. Een ogenschijnlijk doodnormale jongen die houdt van vissen en die urenlang onafgebroken kan kijken naar een dobber. Daar zittend ziet hij de andere jongens rijden en begint de geschiedenis.

Vijf jongens, vijf verhalen

De eerste jongen, met een vreemde achternaam en een melkwitte huid, is onevenwichtig door de scheiding van zijn ouders en weet niet hoe hij met zijn emoties moet omgaan. De tweede jongen, die mager is maar zulke grote dijbenen heeft dat hij te sterk is voor een koersfiets en binnen no-time bovenin de piste zit, heeft een vader die tijdens zijn jeugd de binnenkant van zijn cel meer zag dan zijn gezin, maar die ontzettend trots op hem was. Zijn verhaal kruipt in je huid, in je longen, en zorgt ervoor dat ademen steeds moeilijker wordt, right away. Het laat je niet los, totdat de auteur overgaat naar jongen nummer drie. Hij die zijn grote onzekerheid maskeert met zijn uiterlijk. “Schijnbaar nooit fragiel, maar de intimi weten beter.”, schrijft de auteur over hem. De jongen die elke wielerliefhebber kende of leerde kennen op het moment dat zijn dood zichtbaar in beeld kwam. Zover is het dan nog niet, eerst verschijnt er een vierde jongen op het toneel, een energieke, maar rationele jongen die van het platte land komt en er van droomt om ‘later’ boer te worden. Het rijtje sluit met de komst van Kurt, de vissende jongen die bekent staat als een brokkenpiloot en die niet mag koersen van zijn moeder. Vader denkt daar anders over en zoals verwacht treft ongeluk hem vaak. Met zijn komst is het peloton van vijf jongens, die dromen van een profcarrière en daar keihard voor werken, compleet.

de-val-matthias-declercq_2

Ademhalen

Het eerste deel lezen kon ik het boek bijna onmogelijk wegleggen, ik moest gewoonweg doorlezen, het was als kijken naar een wieleretappe in de Tour de France, elk beeld moest worden opgenomen en naar binnen gezogen, geanalyseerd. Maar bij het ingaan van het tweede deel moest ik hem een aantal keren wegleggen. Ik las niet alleen over de dood van Wouter Weylandt, maar op het moment dat ik googelde over de trieste dood van Isaac Galvèz las ik tevens over het begin van het einde van Dimitri De Fauw en dat kwam binnen. Allemaal geschiedenis, je weet als lezer dat het gaat gebeuren, maar het treft je toch hard en zeker.

Gaandeweg het lezen van dit boek ga je toch op een bepaalde manier van die jongens houden en hun dood komt op een bizarre manier hard binnen. Klap op klap op klap op klap in dit boek. Zelfs bij de buitenstaander hakt het er diep in en ik ben er af en toe goed ziek van geweest. Dit waren geen fictieve personages, maar echte jongens gemaakt van vlees en bloed, die aan het begin staan van een leven als profwielrenner. Jongens die leven voor het fietsen.

Een stuurfout, twee beugels in elkaar.
De bovenste helft van de piste, een balustrade
en – met tussenpozen van elkaar – tweemaal de dood.

Ik moet keer op keer het boek sluiten en even ademhalen. Het komt dichterbij dan logischer wijs gedacht en ging zo waanzinnig diep dat ik heb zitten janken om de dood van Wouter Weylandt. Ik kende zijn naam, las eerder over zijn dood, zag het beeld van zijn intens verdrietige, zwangere, vriendin, maar tjonge om dan alles te lezen over hoe het gegaan is en hoe hij zijn eerste fietstochtje samenvalt met zijn laatste; dat doet je toch even naar adem happen. Hoe prachtig en goed dit boek ook geschreven is… hij doet op een vreemde manier ook pijn. De woorden in het boek zijn als een zware steen in je handen, je weet dat het beter voor je is om los te laten, maar je kunt het niet, je moet hem blijven vasthouden en de waarde van de woorden koesteren.

Niet alleen de dood, maar ook de positieve dopingtest waarna er een lang gevecht volgde voor een van de vijf jongens. Elk hoofdstuk is zo intens geschreven dat het je niet loslaat.

Het is niet mijn wereld, niet mijn pijn,
niet mijn verdriet,
maar Matthias Declercq brengt het wel heel dichtbij.

Wanneer ik het boek dichtsla denk ik: ‘Godzijdank, het boek is uit, ik kan eindelijk weer ademhalen.’ Daarmee was het niet klaar, want het bleef toch zeker nog een week in mij zitten en ik kon aan weinig anders meer denken. Van de vele boeken tot nu toe gelezen heb was deze het meest indrukwekkend en letterlijk adembenemend. Het krijgt straks een speciale plek in mijn nieuwe boekenkast, een plek waar de cover duidelijk te zien is, want dit boek wil ik nooit meer vergeten! Die vijf jongen, ze hebben indruk op me gemaakt! En niet alleen zij, ook  de anderen: zij die aan de zijlijn stonden, zij die dichterbij waren – in de koers, zij die de koers moesten verlaten op een manier dat niemand wil, zij die ‘het’ allemaal zagen gebeuren en hij die het schreef.

Geweldig geschreven, maar het kruipt dichter onder de huid
dan een thriller mogelijkerwijs zou kunnen.
Ik moest het af en toe weg leggen, ik moest af en toe ademen.

De val is een boek over vijf wielrenners die een glansrijke carrière tegemoet lijken te gaan, maar waar de dood vaker dichtbij komt dan van tevoren gedacht. Klein ongeluk en de dood liggen op elke piste, op elk stuk asfalt, in elke bocht en bij elke sprint op de loer, lijkt wel. Een heftig verhaal dat nog wel even zal natrillen in mijn hoofd, in mijn lichaam. Nog nooit heeft een boek zich zo diep in mij gevestigd! Nog nooit moest ik een boek zo naarstig lezen en nog nooit bleef een boek zolang diep in mij geworteld.

Think less, live more.

Wouter Weylandt.

de-val-matthias-declercq_3

Related posts

Leave a Comment