Hoera geen depressie

Al wekenlang twijfel ik of ik opnieuw in de greep ben gekomen van het zwarte beest. De zwarte wolf, die me met huid en haar wil verslinden of op z’n minst gemene sporen achterlaat waar ik nooit meer vanaf kom. Bij elke depressie die ik ooit had voelde ik me ellendiger dan ellendig. De wereld was zwart en ik zag zelden tot nooit een randje licht. Het is lang geleden, maar wanneer je een paar maal depressief bent geweest is er een grote kans dat het beest weer terugkomt. Momenteel voel ik me regelmatig zeer gelukkig, maar heb ik ook veel zwarte momenten. Teveel zwarte momenten naar mijn mening en dus vond ik het nodig om bij de huisarts langs te gaan. Beter op tijd erbij dan te laat.

Zoals ik al zei twijfelde ik, want ik ben eigenlijk dus te gelukkig om depressief te zijn. Maar aangezien de zwarte wolf soms verkleed is in schaapskleding ben ik wel op mijn hoede, want wanneer je er echt middenin zit is eruit komen een zeer grote opgave.

Smeken om een gezond lichaam

Al vrij snel werd het wel duidelijk dat ik geen depressie heb. Hoera! Maar goed, ik voelde me er niet bepaald beter door. Dat wijzigde iets toen ik het met hem had over mijn ziekte en over het niet kunnen accepteren dat het nu slechter met me gaat dan ik zou willen. Op Facebook reageerde iemand op mijn vorige blogpost met de woorden:

‘Die 40% van toen is die 100% van nu. Kijk niet naar wat je kon, maar naar wat je kan.’

Dat heeft me aan het denken gezet. Al maandenlang worstel ik met vraagstukken die voor ieder mens doodnormaal zijn, maar aangezien ze zich hebben vastgezet in mijn hoofd heb ik er last van. Vooral nu de verkiezingscampagnes weer beginnen en de nadruk op werken wordt gelegd (als vrouw moet je ook voor een inkomen zorgen, je moet jezelf ontplooien!) voel ik me zo tekort komen. Want wat doe ik nou eenmaal?

God, wat heb ik vaak gesmeekt om een gezond lichaam. Ik had er bijna alles voor over. Alles behalve mijn gezin opgeven. Hij/Zij/Het/Het universum, mocht mijn schrijftalent, een arm, een oog of nog een kies voor mijn part, maar ik wilde daar zó graag energie voor terug. Nu ik dit zo opschrijf zie ik hoe belachelijk het eigenlijk is, want daarvoor zou ik ergens anders ‘een gebrek’ hebben en ‘alles’ is eigenlijk ook zo ondefinieerbaar als maar wat. Maar wanneer je doodmoe bent en het leven je aangrijpt maakt het niet uit wat er voor nodig is om je beter te voelen.

De eerste keren

Wat ben ik vroeger vaak gaan slapen met de gedachte: ‘Misschien word ik morgenvroeg wel energiek wakker en dan is mijn leven veel beter.’ Het was steeds weer een desillusie. Wanneer ik nu naar mijn kinderen kijk denk ik: ‘Had ik maar de helft van jullie energie extra.’ Onder voorbehoud dat zij wel zoveel energie blijven houden, maar dat begrijp je vast wel. 😉
Volgens mijn moeder was ik vroeger net zo energiek als mijn zoon, maar ik kan me eigenlijk alleen maar herinneren dat ik vanaf een jaar of tien vaak op bed moest liggen om bij te komen van school. Dan deed ik ‘powernaps’ om daarna mijn huiswerk te maken. Niet elke dag natuurlijk, maar ik was regelmatig moe. Misschien was dat te wijten aan de pesterijen aan mijn adres, maar wellicht was het de basis voor mijn ziekte. Later kreeg ik mijn eerste depressie en ik wist niet wat me overkwam. Ik was 15 jaar oud en had het gevoel dat mijn hele wereld zwart was. Ik kwam er weer uit, maar aan het einde van mijn tienerjaren belande ik er wederom in en nog wat jaren later nogmaals, zo ernstig zelfs dat het bijna goed mis ging. Ook daar kwam ik door hard te werken weer uit en daarna was het een paar jaar relatief rustig. Wel depressieve klachten in de winter en rotmomenten in de zomer, maar rustig genoeg om er doorheen te komen. Dit keer kwamen de klachten echter al heel vroeg aan het einde van het jaar. Waar het normaal gesproken begint rond Kerst was ik nu al de Sjaak in september. En dan duurt de winter heel erg lang kan ik je vertellen. Die laatste depressies kwamen overigens altijd voort uit mijn ziekte ME. Vroeger moest ik dat regelmatig aanvechten. Mijn (vorige) huisarts zei dan: ‘Je bent moe omdat je depressief bent.’ En ik zei altijd: ‘Ik ben depressief omdat ik moe ben.’ Dat ‘gevecht’ won ik. Uiteraard!

Vraagstukken

Maar goed, terug naar de (huidige) dokter en mijn vraagstukken. Toen ik tien jaar geleden besloot thuisblijfmoeder te worden deed ik dat om twee redenen. Ten eerste was ik het beu om voor de zoveelste keer een nieuwe baan te zoeken, ik was in de jaren daarvoor zeven keer ‘ontslagen’ vanwege mijn ziekte en ik was doodmoe van het vechten. Dus toen ik voor de laatste keer mijn baan verloor besloot ik die droom van thuisblijfmoeder te worden gewoon te volgen, toevalligerwijs viel dit namelijk samen met mijn eerste zwangerschap. Ik voel me gezegend dat ik dat tien jaar lang heb kunnen doen en ik ben mijn man dankbaar dat dit van hem mag. Maar heel soms wil ik graag meer zijn dan alleen maar moeder en vrouw. Dan wil ik me niet steeds Assepoester voelen en een bediende. Soms ben ik onwijs jaloers op al die vrouwen (en mannen!) die naar hun werk vertrekken, die hun vier muren thuis kunnen laten en even uit de thuissleur kunnen stappen. Maar als ik heel eerlijk ben dan moet ik toegeven dat ik niet de energie heb om te gaan werken. En dat klinkt heel erg verwend, ik weet het. Maar…

als ik drie dagen per week ga werken, heb ik de andere vier dagen letterlijk nodig om bij te komen.

Wil ik dát mijn kinderen aandoen? De huisarts vind dat een slecht idee, mijn schoonmoeder vindt dat een slecht idee, mijn man vindt dat een slecht idee, maar wat geef ik mijn kinderen nu eigenlijk mee voor later? Wat straal ik uit? Vinden zij dan dat ik een ‘jaren vijftig vrouw’ zonder ambities ben? Mijn huisarts vindt dat ik ze dit later allemaal prima kan uitleggen. Dat ze heus wel zullen begrijpen dat ik ambities genoeg had, maar dat ik voor de meesten geen energie had. Overigens vindt hij dat ik een kei ben in het mezelf moeilijk maken, maar dat wist ik allang ;-).

Feitelijk was dit gesprekje met de huisarts niets meer dan even mijn zorgen te delen, maar toch heeft het me iets geholpen. Wat ik vooral heel fijn vond was het volgende: Ik vertelde hem dat ik in het Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid genezen was verklaard, maar dat ik me al die jaren gewoon moe ben blijven voelen. Doodmoe soms, tot niets in staat. Ik geloof gewoon niet dat ik genezen ben, maar dat heb ik zelden hardop gezegd, dus het ging steeds harder knagen in mijn brein. Ik hoorde niet bij de gezonde mensen, maar ik hoorde ook niet bij de zieken. De huisarts was er heel duidelijk over: genezen van ME kan (momenteel) niet. Het is onzin dat ik de ziekte niet meer heb, het heet niet voor niets chronische vermoeidheid. Die wetenschap had ik nodig, de wetenschap dat ik niet gek ben geworden. Het was fijn om hardop te horen dat ik het mezelf niet inbeeld, dat ik echt nog ME heb. In zekere zin een opluchting, hoe beroerd ook. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik ineens alles maar accepteer, dat ik mijn ziekte kan ‘omarmen’, maar misschien moet ik daar dit jaar dan maar eens aan gaan werken.

Bron foto: Mary Lock via Flickr.

Related posts

Leave a Comment