Ik mis het hardlopen

Laatst schreef ik over mijn laatste hardloopwedstrijd. Dat is inmiddels bijna een jaar geleden en in dat jaar kon ik me eenmalig niet meer bedwingen en ben ik gaan lopen. Wat vielen die 3,5 kilometers tegen zeg, maar het was ook heerlijk. Ook nu kan ik me maar moeilijk inhouden om opnieuw mijn hardloopschoenen aan te trekken en te vertrekken voor een nieuwe poging een vijf kilometer in de benen te krijgen. Of ik dat doe? Dat weet ik nog niet.

Ik mis het hardlopen voornamelijk op de dagen dat ik mezelf niet op de racefiets kan krijgen om te trainen. Op de dagen dat de grote afstanden alleen al me afschrikken zou ik maar wat graag weer mijn hardloopschoenen aantrekken. Waarom ik dat dan niet zou doen? Ik ben eindelijk blessurevrij, waarom zou ik dat risico nemen?

Strijd zonder overwinning

Als ik heel eerlijk ben mis is alleen maar de goede hardloopmomenten en vergeet ik voor het gemak dat het alles behalve goed was in de afgelopen twintig jaar. Hardlopen was 90% van de tijd een strijd tegen het weer, de natuur, de afstanden, maar vooral tegen mezelf. Zowel lichamelijk als geestelijk was het vaker strijd dan plezier en dat moet ik vooral niet vergeten. Soms ging het opbouwen wekenlang goed en boekte ik vooruitgang, maar uiteindelijk kwam altijd een terugslag. Ik zocht grenzen op, maar verlengde ze daardoor ook. Vaak betaalde ik er echter een hoge prijs voor om te herstellen van het opzoeken van de grenzen en daardoor was lopen meestal géén feestje. De grensverlenging bleek veel later pas.

Het allereerste begin

In 1995 begon ik voor het eerste met hardlopen. Ik woog op dat moment 58 kg bij een lengte van 168 cm en had maatje 34. Dat is perfect! Ik vond dat echter niet dus besloot ik dat ik moest afvallen en dat zou ik gaan doen met behulp van hardlopen. Dat hield ik niet lang vol, want er ging geen grammetje vanaf en dus was de lol er ook al snel vanaf. Later probeerde ik het nog een keer, wederom zonder succes. In 1997 pakte ik het nogmaals op tijdens mijn trainingen op de ijsbaan. Het was meer voor het warmlopen, maar hé het was hardlopen. Ook dat hield op een gegeven moment op, want hardlopen deed pijn en ik werd er vermoeider van. Beiden wilde ik niet, want dan kon ik niet schaatsen. De eerste knelpunten kwamen toen al.

De jaren die volgden

In de jaren die volgden begon ik keer op keer met hardlopen en keer op keer bleek het veel te zwaar. Omdat ik depressief was kreeg ik de tip om te gaan hardlopen. Ikzelf dacht altijd dat dit alleen maar tegen me zou werken, maar als de artsen het wisten…. wie was ik dan? Pas achteraf kreeg ik gelijk, ik was niet moe door een depressie, ik depressief door een chronische vermoeidheid. Toen had ik er al talloze kilometers opzitten die me meer slecht dan goed deden.

Ziekte en behandeling

In 2007 en 2008 werd ik behandeld tegen ME/CVS. Volgens de artsen met succes, ík betwijfel het. Ik boekte echter wel vooruitgang en het lukte me dan ook op een vijf kilometer op te bouwen. Mei 2008 liep ik mijn eerste hardloopwedstrijd! Hij was enorm zwaar, ik had op meerdere fronten een zware last mee te dragen (zowel psychisch, als 107 kg) en dat heb ik nog weken lang gevoeld.

Over grenzen heen

In de jaren tussen mijn allereerste wedstrijd en de allerlaatste ging ik regelmatig over grenzen heen. Vaak zorgde dat voor stilstand, maar uiteindelijk maakte het me ook steeds sterker. Helaas kende ik ook tegenslagen waardoor ik uiteindelijk jarenlang met een blessure aan mijn hamstring heb gelopen. De fysiotherapeut kreeg het er niet uit en uiteindelijk was dit de grootste drijfveer om te stoppen.

Laatste hardloopwedstrijd

De laatste hardloopwedstrijd ben ik op vele vlakken over mijn grenzen gegaan, expres ook moet ik zeggen, want het was mijn allerlaatste en ik wilde zien waar ik toe in staat was. Ook daar kon het brein helaas heel veel meer dan mijn lichaam (dat was toch een klein beetje een deceptie) hoewel ik wel – voor één keer in mijn hardloopleven – trots was op mezelf. Het voelde alsof ik over de weg zweefde, alsof ik Hilda Jepchumba Kibet was, maar dan met een paar kilometer minder te gaan. In werkelijkheid liep ik helemaal niet zo hard, niet gemiddeld in ieder geval. Zoals gezegd: ik ging enorm over mijn grenzen die dag, maar had er heel wonderbaarlijk maar een paar dagen last van in plaats van de gewoonlijke weken. Mijn voorbereiding ging echter ook anders dan zou moeten, want ik had al in maanden niet hard gelopen en heb mijn conditie uit het wielrennen gehaald. Ik vertrouwde erop dat mijn lichaam nog precies wist wat het moest doen. Had ik er meer uitgehaald als ik wel was blijven lopen? Nee! Want mijn lichaam kon dat lopen al heel lang niet meer aan, ik wilde het alleen niet zien. Mijn doorzettingsvermogen wilde niet opgeven en wilde doorgaan met bewijzen. Mijn lichaam schreeuwde: ‘En nu is het genoeg!’ Daar heb ik dan maar naar geluisterd, voor het eerste in twintig jaar tijd. Het was bevrijdend kan ik zeggen.

Na het hardlopen

Echter, nu zijn we bijna een jaar verder en ik mis het hardlopen. Niet altijd, maar soms op onverwachte momenten. Dan kan ik zomaar op de bank zitten en denken: ‘Ik heb zin om te gaan hardlopen!’ Daar kan ik natuurlijk aan toegeven, maar ik kan veel beter stoppen met het romantiseren van de sport. Althans voor mezelf. Mijn lichaam is niet gemaakt voor hardlopen en dat heeft niets te maken met mijn bouw. Mijn lichaam is blijkbaar niet in staat om goed te herstellen van een hardlooprondje, hoe rustig ik ook loop. Dat is jammer, want hardlopen is een ideale sport. Het is altijd en overal te doen en je hebt maar weinig kofferruimte nodig. Daarnaast kun je het makkelijk met je kinderen doen en je bent zo weer thuis na een training. Terwijl ik dat zo opschrijf gaat het toch weer kriebelen. Mijn kiespijn helpt heel kordaat dat gevoel weer terug te dringen, want ik weet nog hoeveel pijnlijk die laatste paar keren waren. Bonzende kiezen en snijdende pijnen. Tsja… wat moet ik daar nu verder nog van zeggen dan. Haat en liefde zijn de twee woorden die perfect passen bij mijn hardloop carrière.

Related posts

Leave a Comment