Wie valt, doet zich pijn

Gistermiddag laat in de middag besloten echtgenoot en ik nog een stukje te gaan wielrennen over de heuvels van Arnhem. De planning was een kort rondje van een paar kilometer, maar echtgenoot had weer een geniale route bedacht waarvan hij zei: ‘Het is maar een klein rondje. Denk ik.’ Vooral dat laatste zinnetje is wederom zo cruciaal gebleken.

Altijd wanneer die zin er achteraan komt weet ik dat hij er niet absoluut zeker van is dat het wel zo kort is als hij zegt. En dat zou ik nu na negentien jaar ook wel eens moeten weten, of laat ik het beter zeggen: ik zou er na de driehonderdvierennegentigste keer niet weer in moeten tuinen. Of het al de zoveelste keer is dat is uiteraard een gok. Het is wel een feit dat ik hem vrijwel altijd het voordeel van de twijfel geef.

Toen we op de Koningsweg fietsten

kregen we nog een kleine echtelijke ruzie die zogezegd zeer oncomfortabel was, maar dat komt omdat ik een gruwelijke hekel heb aan conflicten. Dus toen bleek dat echtgenoot uiteindelijk toch gelijk had heb ik maar meteen toegegeven dat ik het fout had zodat die lucht ook weer geklaard was. Tegelijkertijd wist ik op dat moment ook dat het helemaal geen dertig kilometer rondje zou gaan worden en was vijftig logischer, maar wie A zegt moet ook B zeggen dus ik ging vrolijk met hem mee richting Hoenderloo en Deelen. O even nog een klein stukje terug, want dan zou ik bijna mijn favoriete stukjes weg vergeten te vermelden (tegelijkertijd bedenk ik me dat ik vandaag echt een paar segmenten moet gaan aanmaken op Strava).


Eigenlijk is 95% van mijn route een aanrader,

maar later zal ik de route helemaal beschrijven inclusief video. Nu beschrijf ik voor het gemak maar even het beeld dat ik zie wanneer ik de Koningsweg afdraai naar Terlet. Ik ben me er van bewust dat de meesten van jullie geen flauw idee hebben waar ik over schrijf, dan kan ik je bij deze aanraden om eens op vakantie te gaan in de omgeving van Arnhem. Vooral wielrenners kunnen hun hart ophalen op de grotere fietswegen om Arnhem en de Veluwe. De recreatieve fietser zou ik eerder over de smalle fietspaden over de Veluwe sturen. Ikzelf vind die smalle wegen op de racefiets niet prettig op de geijkte drukke dagen. Dat is drama! Maar goed, na het oversteken van de grote weg en langs de parkeerplaats kom je op een grote brede weg die rechtstreeks leidt naar Nationaal Zweefvliegcentrum Terlet. Het asfalt is wat ruw en glooiend het landschap is prachtig, zeker met een blauwe lucht. Ik heb een beetje vreemde liefde voor elektriciteitsmasten in landschappen, ik hou er gewoon van, dus daar geniet ik dan ook van. Ach, ieder zijn gebrek.

De weg is daar de glooiingen een uitdaging om zo hard mogelijk op te fietsen,

maar omdat de weg zo breed is hoef ik niet bang te zijn voor gladde witte lijnen op het wegdek en heb ik ruimte genoeg om met bijna 40 km per uur in te halen. De volgende keer zal ik opletten hoe ver het is, maar ik gok op zo’n 1400 meter knallen. Dan volgt er een bocht naar rechts en ga je over de Veluwe en langs de A50 richting Apeldoorn. Dat is een pittig stukje, want je moet er wat meer klimmen. Voor de echte wielrenners: dit is voor jullie nog steeds twee vinger in de neus, ik haal ze er voor mijn gemak maar uit want ik kan er mijn longen wel in brand zetten. Wanneer je het bosachtige gebied verlaat kom je weer op de open vlakte naast de snelweg. Ook daar kun je weer over een lang stuk asfalt heel hard fietsen. Gisteren reed ik tussen de 36-40. Let wel: het is hier ook niet vlak. Het voelt heerlijk om hard te fietsen, maar een voorwaarde om lekker te fietsen is dat ik geen angst moet voelen. Ook daar wordt aan gewerkt. Dan draai je de weg op naar Loenen (rechts) of Hoenderloo/Apeldoorn links, waar wij heen gingen. Een paar kilometer verderop weer linksaf richting Hoenderloo/Otterloo.

Dat deed me overigens weer denken aan de Giro d’Italia dag 1,

die dag ging ik met echtgenoot op de fiets naar Apeldoorn en op de heenweg werden we ingehaald door een auto van een bekende ploeg, ik geloof dat het Astana was.  Op de terugweg werden we ook door de auto van een ploeg ingehaald (dat was Giant Alpecin geloof ik) die deze weg insloeg. Er zit aan deze weg een hotel en ik neem aan dat er een aantal renners in dat hotel verbleven. Het slaat nergens op hoor, maar als ik dit rondje rij ben ik Giro minded. Ook vanwege de namen die op het wegdek staan op de plekken waar de Giro langsging.

De weg naar Hoenderloo is qua afdalen voor de snelheid wel leuk, maar het wegdek is een ramp en er wordt hard gereden door automobilisten, dat zal gisteren geen uitzondering zijn geweest, want er zitten een aantal campings aan. Ik ben dus achter echtgenoot blijven hangen in plaats van naast hem fietsen, ik vond het maar niets al die auto’s die recht op hem afreden en rakelings langs hem raasden. Ik hou hem graag nog even.

Daar aan het einde van de weg gebeurde het:

we moesten linksaf en er stonden een paar auto’s achter elkaar te wachten tot we konden. Echtgenoot was eigenwijs en wilde er langs, ondanks dat er geen ruimte was. Dat realiseerde hij zich vast op enig moment, want hij wilde stoppen. Wat er in zijn hoofd omging kan ik enkel naar gissen (ik kan het vragen, maar fantaseren is zoveel leuker), maar ik gok dat het net iets teveel denkwerk was op dat moment en dat er een soort van kortsluiting ontstond. Wat er letterlijk gebeurde was dit: hij wilde gaan stilstaan, maar in plaats van zijn voet uit de pedaal te klikken wilde hij de dakrand van de rode auto links vastpakken. Exact op datzelfde moment begon de auto te rijden. De fiets kantelde, hij poogde zijn voet los te klikken maar faalde en viel. Ik was zo geschokt dat ik hem bijna volgde, ook mijn fiets kantelde, maar omdat ik een grote schijtert ben heb ik al flink geoefend met het eruit klikken dus scheelde het mij een val. Saillant detail: hij viel op zijn linkerkant en op moment van schrijven van deze blogpost (eerder vandaag) wordt er een foto gemaakt van zijn rechterpols. Ik was zo gefixeerd op zijn val op links dat ik geen idee heb wat er precies is gebeurd met rechts en in dit geval kunnen we echt enkel gissen.

We maakten onze tocht af en aten onderweg nog een nectarine.


De hongerklop kwam en ook dat had ik kunnen voorzien, maar aangezien we een uur hadden gepland in plaats van twee had ik niets meer mee dan alleen Dextro energy. Die fruit kraam was ik dus vrij blij mee. We vervolgden tien minuten later onze weg en ik genoot nog even extra van de ontzettende goede benen die ik had. Toch is het na die hongerklop niet meer echt goed gekomen en hield het na de afdaling richting Koningsweg wel een beetje op. Als de hongerklop is geweest dan is de vorm meestal weg. Maar met een gemiddelde van 25 km per uur door het Arnhemse landschap is wat mij betreft goed genoeg. Uiteraard is het mijn doel om steeds sneller worden of dit stuk parkoers. Nu ik een Garmin Edge 810 heb (blogpost daarover volgt later) kan ik tegen mezelf racen en dat maakt het toch wel heel erg leuk om vaker te gaan trainen. Alleen en toch tegen iemand, mezelf welteverstaan. Och, er is slechter gezelschap te bedenken zal ik maar zeggen dan :-P.Inmiddels is het half acht ’s avonds

en kijken we naar de Hockey wedstrijd Nederland – Canada. De foto in het ziekenhuis kon niet echt uitsluitsel geven. Heel vaak zijn breuken in de pols (de Naviculare) niet meteen te zien op de röntgenfoto en moet er gewacht worden tot het wel zichtbaar wordt. Of niet. Voorlopig heeft echtgenoot nog veel pijn en kan hij maar weinig met zijn hand. Het is overigens eenzelfde pijn die hij ruim achttien jaar geleden ook had na het schaatsen. Toen bleek een dag later dat hij zijn pols had gebroken en ook toen heeft hij nog van alles met die pols gedaan alvorens hij het gips in ging. Nu is er helemaal niets gedaan terwijl het protocol over het algemeen is dat je een brace krijgt voor een week. Morgen dus maar weer de dokter bellen en overleggen wat nu te doen.


Voor deze vakantie zit het samen trainen er dus niet meer in

en dat vind ik echt heel jammer, want ik verheugde me er al twee weken op. Op zich denk ik dat het wel goed voor mij is geweest dat ik een rustdag had vandaag. Ik heb al de hele dag pijn in mijn gezicht en voelt het aan alsof er een groot elastiek om mijn kaak en hoofd is getrokken. Pijnstillers helpen niet echt en de spanning wordt steeds erger. Echtgenoot denkt aan een vochttekort, maar ik denk eerder aan vier zware fietsdagen.

Vrijdag reed ik 46 km
Zaterdag reed ik 67 km
Zondag reed ik 53 km
Maandag reed ik 57 km

Goed voor 223 kilometer in vier dagen. Dat is een nieuw record, althans voor de laatste paar jaar. Tijdens die trainingen heb ik continu pijn moeten verbijten, zowel zadelpijn als kies/kaak/hoofdpijn en dat is misschien ook teveel van het goede geweest.

Vandaag heb ik een paar uurtjes geslapen. Ik ging in bed liggen om de pijnstillers in te laten werken, maar blijkbaar was ik zo moe dat ik al snel in slaap viel. De pijnstillers zijn helaas niet gaan werken dus ik ga ook vanavond (net als gisteren) heel vroeg naar bed.

Related posts

Leave a Comment