Het was dramatisch, maar toch ook prachtig #rondevanarnhem

Het is inmiddels al bijna een week geleden dat ik de #rondevanarnhem fietste. Natuurlijk had ik al veel eerder een blog willen plaatsen over mijn ervaring, maar helaas zat dat er niet in vanwege een combinatie van een hardnekkige voedselvergiftiging, het afbouwen van oude medicijnen, het beginnen aan een nieuw middel, ernstige zenuwpijn en natuurlijk het herstellen van een apexresectie. Dat ik op de fiets stapte was als een ding, maar dat ik überhaupt 117 kilometer heb kunnen fietsen is bijna een wonder te noemen.

Vorige week vrijdagmiddag heb ik waarschijnlijk iets slechts gegeten tijdens een high tea. Zaterdag was ik al de hele dag misselijk en de meest saaie gast op een verjaardagsfeestje waar ik, achteraf gezien, misschien beter had kunnen wegblijven voor de algehele sfeer ;-). Maar goed, ik was er wel en moest het letterlijk uitzitten. Dus toen ik zaterdagavond naar bed ging maakte ik me toch wel lichtelijk zorgen over de toertocht, ik had immers niet alleen last van mijn maag maar ook van mijn kiezen.

Driel – Heteren – Oosterbeek

Zondagmorgen werd ik redelijk goed wakker, maar toen ik mijn benen buiten het bed gooide en mezelf overeind hees wist ik dat het een zware dag ging worden. Van mijn boterham nam ik maar twee happen, meer ging er niet in. De kiespijn kwam om de hoek kijken, maar de misselijkheid was ernstiger. Een uur later zat ik op de fiets naar Mantel en kreeg goede moed. Wind was er vrijwel niet en het beloofde een mooie, zonnige dag te worden. Het tempo was meteen al lekker en na vertrek bij Mantel en bij het opdraaien van de Drielsedijk hadden we er een lekker tempo inzitten van rond de 32 kilometer per uur. In een klein peloton rijden heeft dus blijkbaar zijn voordelen. Helaas raakte ik wat overmoedig toen we de Heterensebrug opreden. De mannen bleven hetzelfde tempo omhoog rijden en ik wilde mijn treintje niet kwijt, ik moest blijven volgen. Iets verderop de brug ging het tempo er gelukkig een beetje vanaf en ik begreep van de mannen voor me dat het toch een beetje pittig was. Ja, dat wist ik wel! Deze brug is onderdeel van één van mijn fietsrondjes.

Het leverde me overigens wel een QOM op en ik ben voorlopig dus de koningin van de Heterense brug.

In Oosterbeek merkte ik dat de mannen rustiger gingen rijden en ik voelde me kiplekker dus ik wilde meer. Ik was er nog niet voorbij of ik merkte het verschil tussen beschut rijden en niet. Man! Wind vol in mijn smoel en dat was nog niet het ergste, nee dat kwam er meteen achteraan. De beruchte Italiaanse weg. Volgens mij kent iedere wielrenner hier uit de buurt dat ‘puistje’. Nou, ik háát dat puistje en daar raakte ik al mijn energie kwijt. Ik ging hijgend naar boven, werd door het treintje in gehaald uiteraard en voelde me daarna heel erg beroerd. Oosterbeek uit moet je nog wat klimmetjes over en ik was blij dat ik even mocht uitputten bij onze eerste pitstop, de friettent bij de Koningsweg.

Deelen – Hoenderloo – Eerbeek – Laag Soeren

Daarna volgde het mooiste deel van de etappe. Wat mij betreft dan! Het is onderdeel van één van mijn meest favoriete fietsrondjes en ik kan niet wachten tot ik eind zomer weer lekker fruit kan eten langs de kant van de weg bij Museum Deelen. Het stukje wegdek van onderaan de Koningsweg naar boven richting het museum is licht glooiend, maar fietst zeer prettig. Bovenaan fiets je langs het museum richting Hoenderloo. Zondag was de lucht strakblauw en dat in combinatie met een rechte weg met een rood fietspad ernaast en groene graslanden maakt het een perfect plaatje. Ook daar reden we weer mee in een klein peloton en ook daar konden we weer lekker tempo maken. Er was weer wat energie gevonden en ik kon weer even door dankzij Red Bull.

Bij Hoenderloo was de eerste grote stop en ik kon met hangen en wurgen iets naar binnen stouwen. Twee kleine stukjes reep en een halve banaan gevolgd door een bekertje drinken. Helaas heeft dat er nog geen half uur ingezeten, want tijdens een plasstop van echtgenoot besloot ik dat ik mijn maaginhoud kwijt moest. Het meeste was gelukkig al opgenomen door mijn lichaam (snel!) dus heeft me waarschijnlijk genoeg energie gegeven om door te gaan.

In Eerbeek kwamen we op bekend terrein, we hebben hier in februari een paar keer gefietst toen we op vakantie waren in Landal Colenhove. Overigens moest ik nog wel even denken aan mijn valpartij die vrijdag toen we aankwamen. Ik wilde nog even op bezoek bij vrienden, maar besloot dat ik maar beter door kon blijven gaan aangezien het vanuit de tenen moest komen.

Ook bij de stop in Laag Soeren voelde ik me hondsberoerd en echtgenoot werd aangesproken of het wel goed met me ging. Ik kreeg het verleidelijke aanbod om met Het Rode Kruis mee naar Arnhem te rijden en niet de Posbank over te hoeven. Ik besloot niet op het aanbod in te gaan. Hoe erg kon het zijn? Nou, ik had toch echter beter moeten weten aangezien dit niet de eerste toertocht was die ik reed waar de Posbank in zat.

De muren van de hel – Posbank

God, wat was ik naïef zeg! En wat haatte ik mezelf op een gegeven moment. Dat was overigens pas op het klimmetje dat mijn favoriet is. Zondag niet! Maar eerst was er die helse klimwedstrijd. Je begrijp misschien dat ík niet heb meegedaan. Ik werd wel aangespoord om mijn best te doen, om alles eruit te gooien.

Het enige dat ik kon denken was: ‘Ik ben vandaag net iets te vaak doodgegaan!’

Ik riep hem na dat ik het rustig aan deed en hij zei dat ik vanzelf wel boven zou komen. Ja, rustig bovenkomen!  Met een gemiddelde van 13,79 km per uur (of zoiets) was het sneller dan verwacht, maar ik stond onderaan de ranking. Nee, ik had al mijn energie nog nodig om de laatste tig kilometer af te leggen en bovenaan die bult heb ik eerst nog staan kokhalsen en daarna staan janken als een klein kind. Ik was zo intens verdrietig. Gewoon om alles en ook juist om niets. Deze fietstocht heeft me wel veel gebracht kan ik zeggen!

Maar goed, de hel was nog niet voorbij. Eerst moest ik de bult nog af, maar mijn hersenen functioneerden niet meer zo goed en ik vertrouwde mezelf niet meer. Voor me werd een vrouw bijna van haar fiets gereden door een motorrijder die het niet kon hebben dat hij in een rij naar boven moest rijden. Hij haalde in en vanuit mijn oogpunt ging dat maar net goed, bij haar ging de snelheid er overigens meteen goed vanaf, ik gok dat ze ook geschrokken is.

Even kreeg ik de kans om bij te komen, maar al snel bleek dat ik nog een stuk omhoog moest. Mijn favoriete klimmetje op de Posbank, de Snippendaalseweg was zondag helemaal niet favoriet en ik vervloekte het. Hoe rustig aan ik het ook deed, het deed reteveel pijn! Met een lichaam waar geen enkele energie meer in leek te zitten zijn klimmetjes vreselijk! Maar ik overleefde het. En de volgende overleefde ik ook.

Trillende armen

Op de laatste dacht ik letterlijk dood te gaan. Ik was zo doodmoe van het klimmen dat ik de weg bijna niet meer zag en ik wilde dolgraag afstappen, maar ik deed het niet. Bovenaan wilde ik graag stoppen, maar echtgenoot was al weg voor ik er erg in had. Toen kwam de afdaling en die was afschuwelijk. Ik wist dat er op dat moment mensen over de stenen van Parijs-Roubaix reden en pijn leden op de kasseien, maar die klinkerweg van de Posbank naar beneden naar Rozendaal waren ook vreselijk. Ik dacht op een gegeven moment dat ik mijn stuur nog onmogelijk kon vasthouden, ik was als de dood dat het stuur uit mijn handen zou knallen. Maar goed, ook dat overleefde ik!

Velp – Arnhem Zuid – Mantel

Toen kwam er eindelijk, eindelijk, eindelijk, weer een stuk glad, recht asfalt en leerde ik een nieuwe weg naar huis kennen. Eentje om te onthouden, want normaal gesproken ga ik altijd door Velp naar huis, maar dat is zo onhandig. Via deze weg reden we achterlangs naar de Schaapdijk. Een paar dagen ervoor dat ik ook daar gereden toen ik naar ziekenhuis Rijnstate in Velp moest. Bekend terrein dat me lichtelijk troost bracht.

Mijn lichaam was op moment echt helemaal op en ik kon wel janken.

Heel even was er de verleiding om niet de rit af te maken, maar naar huis af te buigen, maar ook dat was de me de eer te na.Ik zou hem hoe dan ook afmaken. En dat heb ik gedaan, maar bij Mantel voelde ik me zo hondsberoerd dat ik nergens meer van kon genieten. We hebben de fiets weer gepakt en zijn naar huis gegaan. Ik zou thuis naar de laatste kilometers van Tom Boonen gaan kijken, maar ik ben op bed gaan liggen (16.30 uur) en heb gelegen tot de volgende dag in de middag (of een uurtje na). Ik was doodmoe na die rit, maar mijn lichaam kon niet echt uit de overlevingsstand komen dus ik had even nodig voor ik echt sliep.

Sindsdien ben ik ziek geweest en heb ik heel erg veel geslapen. Mijn lichaam is gesloopt door deze helse tocht en achteraf gezien had ik hem af moeten breken. Er waren meer dan genoeg escape routes en ik had die moeten nemen. Maar ja, ik wilde echtgenoot ook niet alleen laten dus in dit geval geldt: Liefde overwint alles. Ook doodgaan op de fiets!

Related posts

Leave a Comment